27 Jongerenorganisaties hebben zich geschaard achter het initiatief van de VN Jongerenorganisatie, om de politiek te bewegen werk te maken van een duurzame economie en daarvoor het curriculum van basisschool, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs in te richten.
Een betekenisvolle ontwikkeling, niet alleen in de laatste plaats omdat het initiatief in een breed georganiseerd verband gebeurt waarin nadrukkelijk de hele keten waarmee het onderwijs te maken heeft wordt betrokken. Bedrijfsleven, scholen en de politiek worden gemobiliseerd om het mogelijk te maken dat het onderwijs een doorlopende leerlijn kent waarin duurzaamheid integraal in is verweven.
Daarmee is tevens een ontwikkeling die de laatste jaren in het MBO intrad om via het vak Burgerschap ook duurzaamheid aan de orde te stellen, volledig achterhaald. Integraal onderdeel uitmaken van het curriculum, betekent dat het niet als vak maar als onderdeel in het totale lesprogramma terug zal komen.
Toename MVO rapportages
In een artikel op accountancynieuws.nl wordt vermeld dat een ruime meerderheid van de bedrijven een duurzaamheidsverslag of MVO verslag hanteert.Voor de beursgenoteerde bedrijven zijn dit percentages van 80% of meer. Maar ook niet beursgenoteerde bedrijven doen het met 53% niet slecht.
Nieuwe richtlijn Jaarverlaglegging geeft ook richting aan MVO verslag
De Raad voor de Jaarverslaglegging heeft mede op verzoek van de partners in de Sociaal Economische Raad een gewijzigde richtlijn (400) opgesteld waarin ook eisen zijn opgenomen over de duurzaamheidsparagrafen. Ook overheid en non-profit organisaties worden opgeroepen om deze richtlijn te volgen.
Standaardisatie met het GRI Framework Ook zijn er een toenemend aantal bedrijven dat hier het framework van het Global Reporting Initiative voor hanteert. Met de nieuwste versie (G3.1) heeft het GRI een belangrijk instrument opgeleverd waarmee men op een eenduidige manier een MVO rapportage kan opstellen. Doordat veel bedrijven dit hanteren kunnen stakeholders een goede vergelijking maken tussen verschillende bedrijven. Bedrijven kunnen op deze manier bij hun collega’s / concurrenten zien wat zij zelf nog kunnen verbeteren. Ook voor een schoolorganisatie is de G3.1 bruikbaar.
Meer informatie. Zie http://www.globalreporting.org/ voor het G3.1 gedachtengoed. Zie artikel van ConQuaestor over het onderzoek naar MVO verslaglegging.
Zie website van Raad voor de jaarverslaglegging.
In deze posting ga ik allereerst in op 4 manieren waarmee o.a. een schoolgebouw beoordeeld kan worden op mate van duurzaamheid. Of het nu gaat om nieuwbouw of bestaande gebouwen. Deze informatie is ontleend aan een serie interviews van Paulien Frehé van Platform Duurzame Huisvesting. Daarnaast besteed ik ook nog aandacht aan een vijfde methode.
1 Energielabel
Het energielabel is door de overheid ingesteld en als verplicht label aangemerkt voor woningen en kantoren. Het label geeft met een letter aan hoe energiezuinig een gebouw is. Daarmee is het een basis om te meten hoe duurzaam een gebouw is. Het richt zich echter uitsluitend op energie, energiebesparing en de toepassing van duurzame energie.
In onderstaand intervieuw stelt Paulien Frehé vragen aan Harry Boschloo van het Ministerie van BZK over het energielabel.
2 Maatwerkadvies / EPA
Het maatwerkadvies of ook wel Energie Prestatie Advies genoemd is bedoeld om op basis van het energielabel (of een nulmeting) een advies te geven hoe tot een betel energielabel gekomen kan worden. Maatwerkadvies is dus Energielabel + Advies → actie = labelsprong. Ook deze methode is gericht op energie, energiebesparing en de toepassing van duurzame energie.
In onderstaand interview stelt Paulien Frehé vragen aan Kees Arkesteijn (ISSO) over het maatwerkadvies of EPA-advies.
3 GPR bouw
GPR-gebouw is een software programma dat middel antwoorden op vragen op vijf thema’s, een rapportage oplevert over hoe duurzaam een gebouw is. De thema’s zijn, naast energie, ook gezondheid, milieu, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Dit meetinstrument kan gebruikt worden door bijvoorbeeld een facilitair manager met voldoende kennis van het gebouw. Is dit niet het geval dan kan er ook consultancy op worden ingehuurd. Dit meetinstrument is breder dan alleen energie en met de thema’s die zijn benoemd is het goed mogelijk om een gebouw te beoordelen. Er is echter geen certificering mogelijk en daarmee ook geen benchmark mogelijk.
In onderstaand interview stelt Paulien Frehé vragen aan John Mak (WE Adviseurs) over het gebruik van GPR Gebouw als maatlat
4 BREEAM
In een eerder artikel behandelde ik de oprichting van een Nederlandse versie van het internationaal bekende Breeam. Daar is nu ook een instrument beschikbaar voor bestaande gebouwen. Dit geeft de mogelijkheid om na te gaan hoe duurzaam de schoolbebouwing is. BREEAM is een breed instrument dat niet alleen naar energiebesparing kijkt maar ook naar welzijn voor de gebruikers van het pand en hoe het terrein van de school is ingezet. Ook de belasting van het reizen naar en van het gebouw wordt meegenomen. Juist BREEAM vormt daarom een goed instrument in het kader van duurzaamheid omdat het uitgaat van zowel economische-, sociale- en milieueffecten van bebouwing en terrein.
In onderstaand interview stelt Paulien Frehé vragen aan Stefan van Uffelen (DGBC) over BREEAM.
5 LEED
Is BREAM afkomstig uit Engeland, LEED komt uit de Verenigde Staten. LEED en BREEAM lijken wel wat op elkaar. Er wordt niet alleen naar energie gekeken. Wat het leuke aan LEED is, is dat er ook specifiek voor het onderwijs producten bestaan. Een school heeft immers andere kenmerken dan een kantoorgebouw. “LEED for Schools” besteed ook aandacht aan gedeeld gebruik van de school (brede scholen), toekomstig gebruik van een schoolgebouw, grondonderzoek, materiaalgebruik, enz. Er is veel aandacht voor bruikbaarheid en veiligheid. Het lijkt een zeer gedetailleerde methode. Het lijkt echter een puur US gebaseerd label hoewel er wel pogingen worden gedaan om ook buiten de US mee te werken. De methode is enorm uitgebreid en complex maar geeft daarmee ook een gedetailleerd beeld van wat er verbeterd kan worden.
Het Nederlandse onderwijsveld heeft duurzaam inkopen omarmd en het convenant duurzaam inkopen van de Nederlandse overheid ondertekend. Een goede zaak. Op http://www.pianoo.nl/duurzaaminkopen kunt u alle criteria vinden voor 45 verschillende artikelgroepen.
People / Planet / Profit
Wat opvalt en ook wordt erkend is dat de criteria gericht zijn op het milieu en klimaat. Dus alleen op het Planet domein. Nou zou je kunnen zeggen dat het Profit domein altijd wordt gediend met een inkoop proces. Dat is echter een te nauwe definitie. Het gaat juist om het evenwicht van People, Planet en Profit. Profit kun je beter vervangen door prosperity (welzijn). Door alleen de gegeven criteria te gebruiken kan zelfs, onbedoeld, een negatief effect optreden. Het gebruik maken van kinderarbeid, het gebruik van zeldzame grondstoffen of voedselgewassen, de productie van afval, de mate van voldoen aan het cradle to cradle principe, etcetera, worden niet getoetst.
Copy / paste onvoldoende waarborg voor duurzaam inkopen
Wanneer een instelling serieus werk wil maken van duurzaam inkopen zal het een inspanning moeten doen om de criteria uit te breiden met criteria die ook ingaan op de het welzijn van mensen zoals bijvoorbeeld:
het omgaan met afval
het gebruik van de materialen
het productieproces
de bedrijfsvoering van de leverancier.
aandacht voor de levenscyclus van het product
aandacht voor werkomstandigheden
Naast duurzaamheidseisen ook ethische eisen
Een goede manier om deze extra eisen op te stellen is een gedragscode te hanteren voor een leverancier. In deze gedragscode kunnen elementen voorkomen zoals:
Compliancy van de leverancier en zijn toeleveranciers aan de wetten en regelgeving van het land van vestiging.
Het gaat hierbij om wet- en regelgeving over de productie, maar ook omtrent werk, de gezondheid en veiligheid van medewerkers en de omgeving. Waarbij de leverancier zich aan de strengste eisen van dat land of regio houdt.
Voorkomen van kinderarbeid
Eisen aan de leeftijd van medewerkers van de leverancier. Definitie van kind = jonger dan 18 jaar. Geen inzet onder 15 jaar. Tussen 15 en 18 jaar specifieke eisen volgens regelgeving van land van vestiging tenzij dit minder goede voorwaarden betekent dan bijvoorbeeld Europese regels.
Voorkomen van gedwongen arbeid
Medewerkers van leverancier of toeleverancier van deze, heeft geen arbeid verplicht opgelegd aan mensen of aangenomen van arbaied door anderen met een verplichting ingezet. Het bedrijf hanteert geen regels of financiële afspraken die medewerkers beletten om ontslag te nemen of deze verplichten een periode te werken dat het bedrijf oplegt.
Redelijke sanctiemaatregelen
Medewerkers worden met respect en waardigheid aangesproken en niet blootgesteld aan fysieke, sexuele, psychologische, verbale mishandeling of misbruik.
Vrijheid van vereniging
Medewerkers hebben het recht zich bij een vakbond aan te sluiten of anderszins te organiseren om hun belangen te verdedigen. Vertegenwoordigers worden niet gediscrimineerd en mogen geen hinder of nadeel ondervinden van hun rol.
Loon en secundaire arbeidsvoorwaarden
Lonen zijn op peil van de sector of vergelijkbare bedrijven in het land van vestiging. Het loon en de secundaire arbeidsvoorwaarden leveren de werknemer tenminste de mogelijkheid zelf te kunnen voorzien in de primaire levensbehoeften. De werknemer krijgt bewijs van dienstverband en gewerkte uren. De werknemer krijgt zelf de beschikking over het geld en is vrij zelf een besteding te bepalen.
Gelijke behandeling (voorkomen discriminatie)
De werknemer ondervindt geen discriminatie op het gebied van ras, geloof, sexe, geaardheid, herkomst, leeftijd, handicap of anderszins.
Veiligheid en gezondheid
Leverancier neemt maatregelen om de gezondheid en de veiligheid van medewerkers te waarborgen. Tenminste op het niveau zoals de regels van het land dit voorschrijven. Eventuele verblijfs- of woonruimten zijn veilig en schoon.
Verantwoord omgaan met omgeving en milieu
Leverancier zorgt dat afval, dat als bijproduct ontstaat, op verantwoordelijke manier wordt verwerkt en tenminste volgens de regelgeving van het land wordt verwerkt. De verwerking mag niet lijden tot vergiftiging grond of grondwater van woon- en landbouwgebieden.
Handhaven en toezicht
De inkopende partij heeft het recht de overeenkomst te ontbinden als er achteraf sprake blijkt van overtreding bovenstaande eisen. De inkopende partij mag controleren of de verkopende partij zich aan de afspraken houdt of mag een derde vragen dit onderzoek voor hem te doen. De verkopende partij staat een dergelijk onderzoek toe en werkt er aan mee. De verkopende partij is bereid transparantie te geven over genoemde zaken.
Bovenstaande tien punten kunnen een basis vormen voor een dergelijke gedragscode.
Geplaatst in Beleid, milieu | Reageren uitgeschakeld
Als burger weet je het zo langzamerhand ook niet meer. De weerman zegt op basis van drie jaar dat de klimaatverandering onzin is omdat het al jaren zo koud niet meer is geweest. Op televisie, in de krant, op internet overal zie je elkaar tegensprekende deskundigen.
Media
In de media worden journalistieke en opiniërende berichtgeving afgewisseld. Daarbij wordt vaak de waarheid uitvergroot of een enkele focus gelegd waardoor het gehele plaatje niet helder wordt. Treffend voorbeeld daarvan was de Brandpunt uitzending met als titel “Pure Windhandel”. De voorzitter van de stichting kernvisie werd gevraagd naar het nut van windenergie. Geen wonder dat je dan elke antwoord kunt verwachten waarmee je kernenergie kunt bevoordelen en windenergie in een kwaad daglicht kunt stellen. Dit geeft niet als je maar wederhoor toepast, maar dit was niet het geval. Nova doet dit beter in onderstaand filmpje en heeft ook een duidelijk andere insteek dan de reportage van Brandpunt.
Ook in gedrukte media komt het voor dat in opinie artikelen lobbyisten aan het werk gaan. Zo zijn er regelmatig bijdragen van bijvoorbeeld André Wakker te zien in o.a. NRC. De laatste is werkzaam als adviseur bij de kerncentrale in Petten. En natuurlijk ook voorstander van atoomenergie.
Wetenschap
Vaak wordt er om de argumenten kracht bij te zetten een wetenschappelijk tintje aangegeven door een wetenschapper te vragen om een mening. Daarbij wordt vaak vergeten dat de wetenschap via specialisatie heel specifieke kennisgebieden kent en dit ook de voorkeuze en de onderzoeksopdrachten bepaalt. Het hoeft dus niet zo te zijn dat de aangehaalde wetenschapper alle aspecten van een stelling kent of daar onderzoek naar heeft gedaan. Bovendien is wetenschap altijd onderwerp van discussie en zo hoort het ook. Dat levert echter wel op dat er een niet eenduidig beeld ontstaat.
Lobby vanuit bedrijfsleven en organisaties
Om de publieke opinie te beïnvloeden worden ook lobbyisten ingezet. Heel sterk zie je dat de kernenergie een goede lobby organisatie kent. Daarnaast zijn er milieu organisaties die ook via lobbywerk invloed proberen uit te oefenen. Deze betaalde krachten kunnen vaak fulltime al hun tijd besteden aan een specifiek doel. Vaak wordt ook vergeten dat vanuit het bedrijfsleven vooral vanuit hun eigen belang wordt geredeneerd en dit niet altijd het belang voor de consument hoeft te zijn.
En de waarheid?
Een eenduidige waarheid is moeilijk te duiden. Het is verstandig om in ieder geval een aantal regels te hanteren voordat er conclusies worden getrokken.
Hoor en Wederhoor toepassen – ga niet op een enkele bron af maar probeer zoveel mogelijk vanuit verschillende bronnen informatie te vinden.
Belang van de verteller meenemen – ga na wat voor belang een bepaalde deskundige of wetenschapper zou kunnen dienen. Kijk naar betrokkenheid bij specifiek onderzoek en bedrijfsleven.
Kijk naar hele levenscyclus – vaak wordt er geredeneerd vanuit een enkel facet, bijvoorbeeld van voordeel en niet van nadeel (Kernenergie CO2 neutraal versus schade bij winning en co2 productie daarbij en afvalprobleem)
Gebruik logisch verstand – Ga eigen belang na en kijk wat op lange termijn het effect kan zijn van keuzes die we nu maken.
Zoek naar onafhankelijke of objectieve bron – Verhaal van Brandpunt is bijvoorbeeld volledig onderuit gehaald door heel specifiek onderzoek naar impact van windenergie op de energie voorziening in Nederland en welke impact dit heeft op co2 productie
En inhoudelijk zal de waarheid vaak in het midden liggen. We zullen in Nederland en wereldwijd een energie mix moeten realiseren om energie leveringszekerheid te kunnen garanderen. Mogelijk zelfs met kernenergie, wie zal het zeggen?
In het middelbaar beroepsonderwijs is er voor elke opleiding inspiratie te vinden om duurzaamheid in het vakgebied te brengen. Onderstaande voorbeelden laten inspirerende mensen zien die een lichtend voorbeeld zijn op dit gebied, elk met hun eigen invalshoek. Het toevoegen van insecten aan het menu en een voorbeeld van een ondernemer die een keten van duurzame restaurants opzet. Hieronder vertellen ze beide het verhaal.
Marcel Dicke, over het gebruiken van insecten als voedsel. Dit laatste levert een aantal belangrijke voordelen op. Insecten zijn een goede bron van voedingsstoffen. Ze kunnen makkelijk en smakelijk bereid worden en duurzaam geproduceerd in vergelijking met onze traditionele vlees bronnen.
Arthur Potts Dawson laat zien dat met visie en durf een keten is op te zetten van duurzame restaurants. Arthur laat zien dat met enkele simpele aanpassingen en hergebruik van materialen afval en energieconsumptie drastisch weet om te buigen. Veel elementen van Cradle to Cradle past hij toe.
Op 15 oktober is de Blog Action Day van 2010. Op deze dag bloggen duizenden, wellicht miljoenen mensen wereldwijd over hetzelfde thema. Het is nog niet bekend wat het thema zal zijn dit jaar. Doe mee met klas of school en open een blog en blog mee. Het onderwerp past in burgerschap en omgevingsoriëntatie.
Er is de keuze tussen zes verschillende thema’s. Klikken op de links brengt een stem uit op het thema.
Water: De Verenigde Naties hebben onlangs water verklaard als een mensenrecht, maar miljoenen mensen ontberen zelfs de meest elementaire toegang tot schoon water. Daarmee worden ziekten wijdverspreid en bestaat er de kans op een militair conflict over de toegang tot schoon water.
Mensensmokkel: Van gedwongen prostitutie tot dwangarbeid, meer dan 27 miljoen mensen zijn slaven van de moderne tijd. Mensensmokkel is een van meest onderschatte door mensen veroorzaakte tragedie.
Vrouwen: De groep waartegen het meest wordt gediscrimineerd vormt geen kleine minderheid, het zijn alle vrouwen. Van ongelijkheid in scholing tot verminderde economische mogelijkheden In de hele wereld lopen vrouwen aan tegen een disproportionele achterstand.
Voedselduurzaamheid: De geïndustrialiseerde land en veeteelt heeft de voedsel voorziening van de wereld in haar grip, obesitas creërend in de ontwikkelde wereld en gen-gemuteerde gewassen verspreidend en vaak oneerlijk concurrerend tegenover de lokale land- en veetelers in de derde wereld.
Honger: Terwijl we in de westerse wereld het vaak voor lief nemen dat we voedzaam, gezond en smakelijk voedsel hebben, is dat op veel plekken in de wereld een luxe die men zich niet kan veroorloven of beschikbaar is.
Oceanen: Overbevissing en vervuiling zorgen voor verdwijnen van biodiversiteit in de oceanen. Hoe kwetsbaar de oceaan is voor door mensen veroorzaakte rampen bleek onlangs weer met de BP olie vervuiling en berichten over de plastic soep.
Ook op school kan men hier mee uit de voeten. Kiezen voor een bepaald thema (discussie, debatteren). Blog openen en schrijven. Raakvlakken met taal, burgerschap, eventueel Engels of andere vreemde taal.
Dit jaar is de wereldwijde voetafdruk in recordtijd de grens van één aarde gepasseerd
De Mondiale Voetafdruk of ook wel Ecologische voetafdruk in een getal in hectares wat de oppervlakte uitdrukt die nodig is om alle consumptie, productie en uitstoot van individuele mensen, steden, landen, werelddelen of alle mensen te meten, mogelijk te maken. In een aantal gevallen is het goed merkbaar dat we soms meer van de oppervlakte gebruiken dan de aarde kan ondersteunen. Dat zie je bijvoorbeeld in de visserij en het uitsterven van dieren en planten die onder invloed van mensen zijn verdwenen.
Het meetbaar maken van onze consumptie geeft een middel om objectief naar de ontwikkelingen te kijken in het licht van wat er op aarde mogelijk is. Neemt niet weg dat consumptie ook duurzaam en zelfs Cradle to Cradle kan gebeuren. En dus netto er geen of een kleinere voetafdruk ontstaat onder invloed van belasting op het milieu.
Struktureel wordt in de westerse wereld meer gebruik gemaakt van de natuur dan deze gemiddeld zou mogen bedragen. Het totale te gebruiken areaal bruikbare natuur gedeeld door het aantal wereldburgers komt ongeveer uit op twee voetbalvelden. De gemiddelde Europeaan gebruikt 2,5 keer zoveel en een gemiddelde Amerikaan 5 keer zoveel.
In onderstaande video verbaast een kind zich over het ontbreken van actie om het gevaar te keren.
Na negen maanden in 2010 al één aarde verbruikt
Professor Wackernagel legt het uit in onderstaande video. De ecologische voetafdruk is de verhouding tussen natuur die bruikbaar is en natuur die nodig is. Hij stelt dat als we zo door gaan ecologisch bankroet gaan.
De datum waarop in 2009 de grens, van wat de aarde aan natuur kan leveren, werd overschreden is 25 september. Dit is later dan een jaar eerder door de economische recessie. In 2010 zal de datum vroeg in september of al in augustus plaatsvinden. Deze datum wordt de Earth Overschoot Day genoemd en is vanaf 1986 steeds eerder komen te liggen. Voor die tijd was er nog geen overschrijding maar was natuurlijk ook sprake van steeds meer beslag op de natuur.
Voor meer informatie en het zelf berekenen van je voetafdruk onder andere:
Weerstand tegen duurzaamheid vaak gebaseerd op ‘we zijn al zo veel aan het veranderen’
In mijn organisatie ben ik luis in de pels als het gaat om duurzaamheid. Ik prikkel onder andere de facilitaire dienst om proactiever op te treden in haar opdracht om duurzaam in te kopen en afval en schoonmaak te organiseren, gebouw en energie te realiseren en verder. Daarnaast neem ik deel in een werkgroep van één van onze opleidingen.
Op al deze plekken ontmoet ik weerstand om door te pakken op het thema. Deels is dit te verklaren door de normale weerstand tegen verandering maar steeds vaker hoor ik het argument dat er al zo veel aan het veranderen is dat we duurzaamheid maar even moeten vergeten. Ook de bestuurders redeneren op deze manier. De invoering van CGO kost veel kruim. Het onderwijs moet gedecomponeerd worden en flexibel gemaakt worden. Dat vraagt veel van de opleidingen.
Maar duurzaamheid is geen bedreiging maar juist een kans
Dat we in het beroepsonderwijs onze studenten moeten voorbereiden op een economie waarin Maatschappelijk Verantwoordelijk Ondernemen meer norm is geworden dan uitzondering en waarin duurzaamheid en Cradle to Cradle producten selling arguments zijn, is helder. Dat duurzaamheid dus onderdeel van het curriculum moet zijn is daarom geen vraag maar simpelweg het aansluiten bij de praktijk waarvoor we opleiden.
Wanneer duurzaamheid een integraal onderdeel van het curriculum uitmaakt levert dit studenten op die ook op dit vlak meekunnen in de wereld waarin ze gaan werken. Deze kans moeten we niet voorbij laten gaan.
Verandering van onderwijs naar meer individueler en competentie gericht onderwijs heeft grote impact op het granulariteit van het curriculum, de werkvormen die worden gehanteerd en op de inhoud van het curriculum zelf. Als het onderiwjs toch op de schop moet kun je dan maar beter meteen de inhoud naar de laatste inzichten bijwerken en dat gebeurt ook. Duurzaamheid kan daar gewoon op mee liften.
Een derde motivator kan gevonden worden in het thema duurzaamheid zelf. Studenten en sommige docenten omarmen het onderwerp en raken enthousiast wanneer dit aan bod komt. Ik merk het ook de werkgroep waarin ik zit. De docenten willen graag, maar weten soms nog niet hoe het vorm te geven. Dit enthousiasme wordt nog versterkt door het besef van mensen dat de wereld beter af is door hun acties. Er ontstaat ook een gevoel van trots dat hun organisatie daarvoor verantwoordelijk is. Daarmee versterkt het ook de verandering naar meer CGO sturing.
In een artikel vertelt Niko Roorda (die promoveert op dit onderwerp) in een vraaggesprek, eigenlijk hetzelfde.
Braungart begon met kritiek op de huidige manier van kijken tegen duurzaamheid. De meting van de voetafdruk van de mens meet het effect wat de mens heeft op de natuurlijke bronnen van de aarde. Het verkleinen van deze voetafdruk is vaak het doel. Ook de milieuzorg richt zich op beperking van de gevolgen van menselijk handelen. Minder is beter. Hoe kleiner de voetafdruk hoe beter. Maar als je dit doortrekt stelt Braungart zeg je met de meest optimale voetafdruk, `zero footprint` eigenlijk `ik ben er niet`. De uitputting van natuurlijke bronnen met een kleinere voetafdruk betekenen enkel uitstel en geen einde aan de uitputting. Minder afval of zelf onschadelijk afval is nog steeds afval. Het verkleinen van de voetafdruk is simpel het optimaliseren van de verkeerde zaken. Daarnaast draait het allemaal om schuldgevoel om wat we ´moeder aarde´ aandoen. Moeder aarde met haar slechte kind die haar misbruikt, uitput en vernield. Iemand die zich schuldig voelt wordt niet creatief en juist dat is nodig stelt Braungart.
Cradle to Cradle vloedgolf raast over Nederland
Zowel in het bedrijfsleven als in het onderwijs zijn er voorbeelden te noemen. Om het laatste te noemen gelden de lezingen over C2C van Duurzaam Hoger Onderwijs en Morgen waar dit er een van was als goed voorbeeld. De Universiteit van Twenthe is ook een goed voorbeeld met een leerstoel op dit gebied. En ook de presentaties van studenten getuigen daarvan. In het bedrijfsleven zijn er voorbeelden zoals Mosa en Desso maar dit zijn zeker niet de enigen zoals de Cradle to Cradle markt die er was liet zien.
Bevorderen van C2C via vier lijnen
Cradle to Cradle vereist vier zaken die een goed klimaat scheppen voor meer toepassingen.
Lange termijn (politiek)
Alleen een visie voor de lange termijn helpt bij het creëren van de juiste omstandigheden, het juiste investeringsklimaat en de goede stimulansen die nodig zijn. Lange termijn geeft het onderwijs en het bedrijfsleven de kans om concepten te ontwikkelen en in de markt te zetten.
Intentie om anders te gaan ontwerpen
Cradle to Cradle vereist het van te voren nadenken over de gehele levenscyclus van product en grondstoffen. Een focus op alleen de toepassing is onvoldoende. Immers zouden we plastic tasjes in de supermarkt hebben gebracht als we wisten dat deze nooit afbreekbaar zouden zijn en in de oceaan een plastic soep veroorzaken en terugkeert in de vis die wij op het bord willen.
Innovatie en creativiteit krijgen de ruimte
Alles loslaten en opnieuw bezien op de manier die Cradle to Cradle voorstaat vereist los komen van bestaande denkbeelden. Creativiteit en innovativiteit moet worden gestimuleerd.
Aandacht voor Cradle to Cradle in het onderwijs
De ontwerpers en makers van de toekomst komen uit ons huidige onderwijs. Dit betekent dat als we ze daar al met Cradle to Cradle gedachte vertrouwd maken en hen creativiteit en innovativiteit aanleren en stimuleren dit enorm bevorderend werkt.
Cradel to Cradle brengt een positieve boodschap
Cradle to Cradle gaat om innovatie en innovatie is goed voor de economie en geeft positieve impulsen. Op Cradle to Cradle mag je trots zijn. Niet minder is beter maar juist meer C2C is beter. Daarmee is Cradle to Cradle een positief geluid en klinkt dit anders dan het eerder aangehaalde schuldgevoel van de voetafdruk.
Is de mens een pest voor de aarde?
Neen zegt Braungart. Het is alleen maar dat we stomme producten maken en verkeerd onderwijs verzorgen. Het gaat om ethisch bezig zijn en je hersens gebruiken. Je bent toch stom als je plastic maakt dat niet hergebruikt kan worden en in zee verdwijnt of als je chemicaliën maakt die in moedermelk komen en kinderen vergiftigen. Het ethisch handelen kun je niet voorschrijven mar komt uit jezelf. Je kunt trots zijn op jezelf. De oude manier werkt alleen als Cradle to Grave. Ethisch handelen vereist Cradle to Cradle handelen.
Voorbeeld positieve effect Cradle to Cradle toepassing
Braungart vertelt over een rioolzuiveringsproject in een instabiele omgeving. In het project werd uit ontlasting en urine voedsel gemaakt door de meststoffen uit het riool te winnen en te gebruiken bij de teelt van voedsel. Hoewel de omgeving onrustig was en er aanslagen op allerlei zaken waren is dit project nooit een doelwit geweest. In tegendeel doordat de lokale gemeenschap gezamenlijk de voorziening beheert en er de vruchten van plukt heeft het zelfs geleid tot minder criminaliteit.