Weerstand tegen duurzaamheid vaak gebaseerd op ‘we zijn al zo veel aan het veranderen’
In mijn organisatie ben ik luis in de pels als het gaat om duurzaamheid. Ik prikkel onder andere de facilitaire dienst om proactiever op te treden in haar opdracht om duurzaam in te kopen en afval en schoonmaak te organiseren, gebouw en energie te realiseren en verder. Daarnaast neem ik deel in een werkgroep van één van onze opleidingen.
Op al deze plekken ontmoet ik weerstand om door te pakken op het thema. Deels is dit te verklaren door de normale weerstand tegen verandering maar steeds vaker hoor ik het argument dat er al zo veel aan het veranderen is dat we duurzaamheid maar even moeten vergeten. Ook de bestuurders redeneren op deze manier. De invoering van CGO kost veel kruim. Het onderwijs moet gedecomponeerd worden en flexibel gemaakt worden. Dat vraagt veel van de opleidingen.
Maar duurzaamheid is geen bedreiging maar juist een kans
Dat we in het beroepsonderwijs onze studenten moeten voorbereiden op een economie waarin Maatschappelijk Verantwoordelijk Ondernemen meer norm is geworden dan uitzondering en waarin duurzaamheid en Cradle to Cradle producten selling arguments zijn, is helder. Dat duurzaamheid dus onderdeel van het curriculum moet zijn is daarom geen vraag maar simpelweg het aansluiten bij de praktijk waarvoor we opleiden.
Wanneer duurzaamheid een integraal onderdeel van het curriculum uitmaakt levert dit studenten op die ook op dit vlak meekunnen in de wereld waarin ze gaan werken. Deze kans moeten we niet voorbij laten gaan.
Verandering van onderwijs naar meer individueler en competentie gericht onderwijs heeft grote impact op het granulariteit van het curriculum, de werkvormen die worden gehanteerd en op de inhoud van het curriculum zelf. Als het onderiwjs toch op de schop moet kun je dan maar beter meteen de inhoud naar de laatste inzichten bijwerken en dat gebeurt ook. Duurzaamheid kan daar gewoon op mee liften.
Een derde motivator kan gevonden worden in het thema duurzaamheid zelf. Studenten en sommige docenten omarmen het onderwerp en raken enthousiast wanneer dit aan bod komt. Ik merk het ook de werkgroep waarin ik zit. De docenten willen graag, maar weten soms nog niet hoe het vorm te geven. Dit enthousiasme wordt nog versterkt door het besef van mensen dat de wereld beter af is door hun acties. Er ontstaat ook een gevoel van trots dat hun organisatie daarvoor verantwoordelijk is. Daarmee versterkt het ook de verandering naar meer CGO sturing.
In een artikel vertelt Niko Roorda (die promoveert op dit onderwerp) in een vraaggesprek, eigenlijk hetzelfde.


